Openbaar Ministerie reageert op artikel Telegraaf over toedracht explosie Bushmaster

In de Telegraaf van zaterdag 26 maart 2011 is een artikel verschenen over het strafrechtelijke onderzoek naar de ontploffing van een handgranaat in een Bushmaster in Afghanistan op 7 maart 2010. Met dit persbericht geeft het Openbaar Ministerie een reactie.

Onderzoek naar explosie Bushmaster
Op 7 maart 2010 vond er om 10.51 uur (lokale tijd) een explosie plaats in een Bushmaster die geparkeerd stond op Camp Hadrian te Deh-Rawod, Afghanistan. De Explosieven Opruimingsdienst (EOD) en de Koninklijke Marechaussee (KMar) hebben direct ter plaatse een sporen- en feitenonderzoek ingesteld.
Uit het onderzoek blijkt dat de handgranaat tot ontploffing is gekomen voor in het voertuig, naast de bestuurdersstoel. Op 9 maart 2010 zijn de betrokken korporaals als getuigen gehoord. Op 10 maart 2010 heeft er een reconstructie met beide korporaals afzonderlijk plaats gevonden. Beide betrokkenen wijzen elk een verschillende plek aan waar de handgranaat door hen is gezien, namelijk in een lager gelegen ruimte, achter de bestuurdersplaats en achter een verhoging van ongeveer 35 cm. Gelet op de plaats van ontploffing zou dit betekenen dat de handgranaat over een obstakel van ongeveer 35 cm omhoog zou moeten zijn gerold. De handgranaat is immers vóór in de Bushmaster ontploft. Dit is zeer onwaarschijnlijk.

De EOD heeft geen aanwijzingen gevonden dat er sprake zou zijn van een boobytrap. Tevens was het ook niet mogelijk dat de handgranaat door het luik bovenin de Bushmaster kon zijn gegooid, nu dit luik op het moment van de ontploffing dicht was.

Op basis van de aangetroffen sporen, de afgelegde verklaringen en de reconstructie ontstond het redelijk vermoeden dat korporaals betrokken zijn geweest bij de ontploffing in de Bushmaster. Voor dit redelijke vermoeden is echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om tot een veroordeling te komen. Daarom heeft het Openbaar Ministerie deze zaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Mededelingen Openbaar Ministerie en KMar
In het artikel van de Telegraaf wordt gesteld dat “KMAR en het Arnhemse OM in november vorig jaar hun ‘grote vangst na omvangrijk onderzoek’ wereldkundig maakten”. Dit is feitelijk onjuist. Door het Openbaar Ministerie en de KMar zijn geen persberichten gestuurd, noch is door hen de pers actief benaderd.
Op 11 november 2010 heeft een journalist van het ANP de afdeling Voorlichting van de KMar en het Openbaar Ministerie gevraagd of de door hen verkregen informatie van derden klopte. Dit is door de KMar en het Openbaar Ministerie bevestigd, waarna door het ANP dit bericht is verstuurd. Op 13 december 2010 heeft het ANP wederom berichten geplaatst uitsluitend gebaseerd op informatie van de raadsman van de korporaals.

Hoor en wederhoor
Het Openbaar Ministerie hecht eraan om aan te geven dat dit artikel van de Telegraaf tot stand is gekomen zonder het toepassen van wederhoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.